Gaat er niets boven Groningen?

De koning zei het al tijdens zijn verjaardag: “Er gaat niet boven Groningen”. Hij sprak deze woorden uit tijdens zijn bedankspeech op zijn verjaardag die dit jaar in Groningen werd gevierd. Maar klopt dat wel? Gaat er niets boven Groningen? Is het meer dan een mooie marketing spreuk? En hoe zit het met die Ommelanden waar hij het over had?

Feitelijk bekeken is het maar net waar je vanuit gaat. Bedoel je de stad Groningen, tja dan gaat er wel degelijk iets boven. Sterker nog, wat er boven Groningen gaat, is vaker in het nieuws dan de stad zelf. Ik hoef maar Loppersum te noemen en iedereen weet waarover ik het heb. Bedoel je de provincie Groningen, dan klopt de leus wel. En dan reken ik voor het gemak Schiermonnikoog niet mee. Want hoewel het voor de helft boven Groningen ligt, is het provincie Friesland.

In het Groninger volkslied zit een mooie zin: Ain Pronkjewail in golden raand is Grönnen, Stad en Ommelaand. Dus als je het over de provincie Groningen hebt, dan heb je het over de stad en de Ommelanden. Dat is altijd een soort haat-liefdeverhouding geweest waarbij de een niet zonder de ander kan. En voor de Groningers was het duidelijk: je was ‘stadjer oet Grönn’ of niet.

Groningen was economisch afhankelijk van de producten die in de Ommelanden werden verbouwd. En de Ommelanden haalden hun inkomsten uit de stad. Wie kent niet de Korenbeurs aan  de Vismarkt in hartje Groningen. Daar werd vanaf eind 18e eeuw meer dan tweehonderd jaar het graan uit de Ommelanden verhandeld. De Korenbeurs overigens niet te verwarren met de Albert Heijn die er nu in zit. En dezelfde Vismarkt waar de koning zijn bedankspeech hield.

Zo’n haat-liefdeverhouding zie je soms ook in organisaties. Denk bijvoorbeeld aan de stafafdelingen en de productie-eenheden. Of de directie en de medewerkers. Of tussen verschillende vestigingen. Of…..vul zelf maar in. De een kan niet zonder de ander, maar echt lovend zijn ze niet over elkaar. Systemisch gekeken heet dat een polariteit. Onder het afzetten (wat in de bovenstroom zichtbaar is) zit vaak een verlangen (in de onderstroom). Waar mensen zich soms niet eens bewust van zijn. We neigen ernaar om aandacht te besteden aan het negatieve. Maar het loont veel meer om het positieve, het verlangen, aandacht te geven. Neem bijvoorbeeld weerstand bij organisatieverandering. Veel leidinggevenden hebben er moeite mee. Maar weerstand tegen een verandering is loyaal zijn aan hoe het is. Dus gefeliciteerd met medewerkers die weerstand hebben, want de kans is groot dat ze ergens heel loyaal aan zijn. Wat dat is en bespreekbaar maken, zorgt voor ruimte om te veranderen.  

Waar zet jij je tegen af? En wat is daarbij je verlangen? Wat is jouw Groningen en waar zijn jouw Ommelanden? Dat op het spoor komen, is krachtig en het helpt om met verandering om te gaan.

Groningen, ik kom er graag en voor mij gaat er écht niets boven Groningen!! En ik kan het weten…….want ik ben er geboren, maar niet in de stad.